capital-l
lower-h

De 19de eeuw

Over het pleidooi voor onderwijs en cultuur in de eigen moedertaal, Hendrik Conscience en de roman, Cyriel Buysse en het realisme, de muzikaliteit van Guido Gezelle en Karel van de Woestijne en het fin-de-siècle.

Wegbereiders voor de Vlaamse literatuur

Aan het einde van de achttiende eeuw houden een aantal auteurs een pleidooi voor onderwijs en cultuur in de eigen moedertaal.

In Vlaanderen speelt het Nederlands op dat moment als cultuurtaal nog nauwelijks een rol. Jan Frans Willems en Jan Baptist David proberen de Vlaamse taal en letterkunde weer aanzien te geven. Net als andere taalminnaren zijn zij actief op taalkundig gebied en verzorgen wetenschappelijke uitgaven van oude literaire teksten, stellen samen woordenboeken op, doen aan vergelijkende grammatica en buigen zich over het probleem van de spelling. Door de impulsen die zij geven aan het Nederlands zijn zij de wegbereiders voor de ontluikende Vlaamse literatuur. De jonge Hendrik Conscience sluit zich aan bij hun ideeën en maakt met zijn vroege romans meteen naam.

Hendrik Conscience en de roman

Hendrik Conscience is de eerste romanschrijver in Vlaanderen. Zijn omvangrijke productie omvat naast historische romans en dorpsverhalen ook enkele populair-wetenschappelijke werken.

In de typisch romantische historische romans evoceert hij vol vuur uiteenlopende perioden uit het grootse vaderlandse verleden. Het bekendst is ongetwijfeld De Leeuw van Vlaenderen. Zijn werk heeft niet alleen het collectieve geheugen van Vlaanderen verrijkt met een aantal onsterfelijke literaire figuren, maar ook een beslissende rol gespeeld in de vorming van het Vlaamse nationale bewustzijn. Conscience is tevens een belangrijk pleitbezorger voor de moedertaal, de Vlaamse letteren en de culturele emancipatie.

De uitbreiding van het Nederlandstalig onderwijs en goedkope volksuitgaven hebben tot gevolg dat een steeds groter publiek met zijn romans kennis kan maken. Tijdgenoten noemen Conscience dan ook vol eerbied ‘De man die zijn volk leerde lezen’.

Cyriel Buysse en het realisme

Realistische auteurs breken met de idealiserende visie op de werkelijkheid en de verheffende functie van kunst. Ze proberen de werkelijkheid zo exact mogelijk te observeren en te beschrijven, waarbij ze aandacht hebben voor de psychologie van de personages.

Met het realisme worden de eigen tijd en omgeving, armoede en sociale achterstelling tot romanthema’s. Voor naturalistische auteurs is de mens een product van erfelijkheid, omgeving en opvoeding. Hun boeken werden door velen als ruw, immoreel en pessimistisch beschouwd.

Het recht van den sterkste is de eerste Vlaamse naturalistische roman. Cyriel Buysse beschrijft in dit boek, dat uitgesproken hard van toon is, het leven van marginalen en kleine criminelen in de Zijstraat. Later wordt Buysses kijk op mens en samenleving milder, terwijl uit toneelstukken als Het gezin Van Paemel oprechte sociale bewogenheid spreekt.

Guido Gezelle: Muzikaliteit en impressionisme

Guido Gezelle brengt een nieuw en oorspronkelijk geluid: als virtuoos taalkunstenaar combineert hij ritme, rijm en muzikaliteit met woorden uit de streektaal.

Zijn vroegste gedichten dateren uit 1855-1860, de periode waarin hij leraar aan het Klein Seminarie te Roeselare is. Ze zijn meestal didactisch bedoeld, inhoudelijk traditioneel en religieus geïnspireerd, maar qua vorm soms zeer vernieuwend. Gezelle ontwikkelt ook een enorme bedrijvigheid op het gebied van volkskunde, geschiedenis en taalkunde, en redigeert diverse tijdschriften.

Vanaf 1877 kent zijn werk een tweede bloeiperiode. Hij maakt dan hoofdzakelijk natuurgedichten die een hoogtepunt van impressionistische poëzie zijn. De bundels uit deze periode – Tijdskrans, Rijmsnoer en de postuum verschenen Laatste verzen – bevatten zijn diepste religieuze gedichten en mijmeringen over leven, dood en eeuwigheid. Karel van de Woestijne:Lyriek van het fin-de-siècle Karel van de Woestijne schrijft een poëzie die rijk en barok van taal is, maar traag en zwaarmoedig van sfeer. Hij wil de individuele ontroering verheffen tot op een algemeen menselijk vlak en een symbolische vorm geven aan het leven.
 

Karel van de Woestijne: Lyriek van het fin-de-siècle

Karel van de Woestijne schrijft een poëzie die rijk en barok van taal is, maar traag en zwaarmoedig van sfeer. Hij wil de individuele ontroering verheffen tot op een algemeen menselijk vlak en een symbolische vorm geven aan het leven.

Bij hem wordt het fin-de-siècle gevoel het zuiverst verwoord. Zijn eerste lyrische bundels hebben dood en liefde als voornaamste motieven. Ze worden gevolgd door meer epische poëzie rond antieke thema’s. In de jaren 1920 combineert hij in de bundel De modderen man onvrede, zondebesef en zelfkwelling. In de volgende bundels gaat Van de Woestijne op zoek naar een mystieke ervaring en een nieuw evenwicht. Van de Woestijnes proza is autobiografisch geïnspireerd. Het volgt de lijn van zijn poëzie, en is zintuiglijk en maniëristisch.

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief