capital-l
lower-h

Het interbellum (1918-1940)

Experiment en vormvernieuwing bij Paul van Ostaijen, de economische crisis en het onbehagen van de jaren 1930, het thema stad en platteland in de Vlaamse letteren en de zakelijke en ironische romans van Willem Elsschot.

Paul van Ostaijen: ruimte voor een nieuwe wereld

De gruwelen van de Eerste Wereldoorlog stellen de westerse waarden in vraag. Vele kunstenaars in Europa voelen de noodzaak om komaf te maken met de oude (politieke) wereld en met de daarbij horende traditionele artistieke genres. Experiment en vormvernieuwing staan daarbij centraal. Geïnspireerd door modernistische stromingen zoals het futurisme en het dadaïsme blaast Van Ostaijen in Bezette stad de conventionele dichtvorm op. Hij doorspekt zijn gedichten met talrijke citaten, ritmische woordgroepen en giet het geheel in een opmerkelijke typografie. Van Ostaijen lijkt al het bestaande te willen vernietigen om ruimte te geven aan een nieuwe wereld. Maar in feite gelooft hij niet meer in de realiseerbaarheid van de ‘tabula rasa’. De postuum uitgegeven bundel De feesten van angst en pijn zet dit eens te meer in de verf.

Crisis in de jaren 1930

In de diepe economische crisis van de jaren 1930 komen politiek-maatschappelijke tegenstellingen pijnlijk aan de oppervlakte. In een almaar meer verstedelijkt België lijkt het zedenverval om ieder hoek te loeren: communisten, massaconsumptie, cinema en ander onheil brengt de bevolking in ‘moreel gevaar’. Het onbehagen tegenover een veranderende wereld en de anachronistische houding van de kerk en het Belgische bestuur, leidt bij sommige schrijvers tot een geloofscrisis. Anderen uiten hun ongenoegen door het proletariaat als onderwerp van hun romans te nemen, sommigen pleiten voor een ‘gezonde’ gemeenschapskunst, een enkeling onderzoekt in zijn teksten het failliet van de moderne wereld. Anderzijds laten de verwarde, onzekere tijden sommige schrijvers ook onberoerd: zij houden zich hoofdzakelijk bezig met de persoonlijke crisis of concentreren zich op de psychologische roman.

Streekliteratuur tussen beide wereldoorlogen

De Vlaamse regionale literatuur kent tussen beide wereldoorlogen een enorm succes en mag zelfs bogen op een internationale uitstraling.De heimat- of streekromans zijn vaak een ode aan de natuur en het volksleven in een bepaalde landstreek. Het zijn kleurrijke, gemoedelijke vertellingen, veelal humoristisch, soms ontroerend en af en toe ook bitter of tragisch. De romans zijn stevig van opbouw en karaktertekening. Het genre wordt doorgaans als weinig vernieuwend beschouwd. Dat neemt niet weg dat de streekliteratuur belangstelling weet op te wekken, wat onder meer heeft te maken met heimwee naar de goede oude tijd en naar verdwenen stukjes land, die aan een niet aflatende verstedelijking ten prooi zijn gevallen. Heimwee ook naar oude gebruiken en interesse voor de geschiedenis van gewone mensen.

De landelijke Streuvels, de stedelijke Elsschot

Stijn Streuvels is een kind van de Westhoek. Hij bouwt een oeuvre uit waarin het West-Vlaamse plattelandsleven wordt geschilderd in een lyrisch-episch proza. De verhalen van Willem Elsschot zijn sterk autobiografisch getint en hebben meestal de stad als decor. Ze zijn geschreven in een zakelijke, ironische stijl en ontmaskeren de zwakheden van het menselijk individu en de burgerman. Heel zijn werk is gebouwd rond de dualiteiten in de mens: de zakenman tegenover de familieman, de idealistische dromer tegenover de cynische realist, de drang naar avontuur tegen over de huiselijke veiligheid.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief