capital-l
lower-h

Frans van Isacker x Rashif el Kaoui

Schrijf je voor de eeuwigheid? Om zelf te kunnen vergeten? Of juist om vergeten te kunnen worden? Rashif El Kaoui leest Frans van Isacker. En schrijft.

Wat maakt dat men vergeten wordt?
Frans van Isacker (1920-2000)

door Rashif El Kaoui

 

1988: in Diest verlaat Sharif Alaoui met opengesperde ogen de moederschoot om met een luide schreeuw de materniteit van het academisch ziekenhuis op de hoogte te brengen van zijn ongenoegen over de abrupte wijze waarop hij aan de zachte, warme deining van het vruchtwater werd onttrokken. 
1988: te Muizen staakt één der kransslagaders van auteur, advocaat en professor emeritus Frans van Isacker kortstondig de toevoer van zuurstofrijk bloed, waardoor zijn hartenklop enkele tellen overslaat – met afasie tot gevolg.
Beide schreien: de een omdat het schreeuwen moet aanvangen, de ander omdat hij niet meer schreeuwen kan.

Hun gedeelde schreien ten spijt, zijn Sharif Alaoui en Frans van Isacker zich niet bewust geweest van elkanders bestaan. Zij bewogen zich niet in dezelfde milieus, hadden geen gemeenschappelijke kennissenkring en een beknopte koolstofdatering zal volstaan om vast te stellen dat er tussen beide heren een generatiekloof of twee gaapt. En toch dragen Frans van Isacker en Sharif Alaoui een gemeenschappelijk verlangen in hun herte klein. Beiden trachten zij hun woorden en gedachten te behoeden voor het razen van de tijd door ze op schrift te stellen. Schrijven is een vorm van voortplanting. Schrijven is een intellectueel overdraagbare aandoening. Schrijven is een verlangen om niet vergeten te worden. 
Maar het voorrecht van voort te leven is maar weinige auteurs gegund. Elke generatie neemt op zijn beurt een teug uit de Lethe, waardoor een canon aan kennis om de zoveel decennia verwezen wordt naar de mythologie der vergetelheid. Frans van Isacker lijkt (voor de millennials alleszins, laat staan voor Generation Z) zo’n figuur uit de vergetelheid. Wat maakt dat men vergeten wordt? 

Frans van Isacker aan zijn bureau, 1966

Frans van Isacker aan zijn bureau, 1966 © Jos Polak & Letterenhuis

Ongeacht welke standaard men hanteert, was Frans van Isacker een maatschappelijk geslaagd man. Zijn vader was Philip van Isacker, doctor in de geschiedenis, advocaat en gelauwerd politicus. 

Mijn ouders waren vrij welstellende lieden, voor wie deze van mijn vrouw in genen dele moesten onderdoen. Mijn vader had bovendien de macht gekend en beschikte nog altijd over grote invloed. En zoals het gaat in de meeste kringen van onze stand, was dit de dag van ons huwelijk niet gedoken gebleven. Alhoewel sober, getuigde het feest toch van een weelde, die meer en meer tot het verleden behoort.
(uit Posthume wandeling, 1957)

Zonder een zweem van nepotisme (naar eigen zeggen) doorliep Frans van Isacker een parcours dat zijn ouderlijke noblesse obligeerde: hij promoveert tot doctor in de rechten in 1945, zetelt in verscheidene commissies, promoveert tot doctor in de rechtsgeleerdheid op een studie van de morele rechten van de auteur en wordt op dit terrein vrij snel internationaal gewaardeerd. In 1963 beëindigt hij zijn loopbaan als advocaat aan de balie, wordt professor aan de R.U. Gent; in 1985 gaat hij met emeritaat. Ook zijn literaire carrière was niet zonder aanzien: zijn eerste roman De wereld verandert (1948) won een belangrijke letterkundige prijs voor beste debuut en verspreid over een periode van veertig jaar (1948-88) publiceerde hij een tiental romans, een aantal toneelstukken en academische werken die steeds op bijval van de kritieken en een vaste lezerskring konden rekenen. 

Aan zijn ‘carrière’ ligt zijn vergetelheid niet. Frans van Isacker maakte geen vijanden, deed niet aan zelfvernietiging en zelfsabotage door drank of drugs, noch reed hij scheve schaatsen of miste hij de pot bij het pissen. Zijn nalatenschap op het vlak van auteursrecht zou reeds moeten volstaan om een plaats te verzilveren aan het firmament der Nederlandse Letteren.
Maar toch… op middelbare scholen behoort hij niet langer tot de verplichte literatuur, het herdrukken van zijn boeken is al lang gestaakt en de ‘vampier van Muizen’ Staf van Eyken genereert zo’n 201.000 resultaten op Google, terwijl Van Isacker het moet stellen met 43.200 zoekresultaten. 

Als Pieter Hooft de volgende morgen, vrij vroeg al, wordt losgerukt uit de gedachtenloosheid van de slaap, denkt hij onmiddellijk aan Sophie en de kinderen. Heel dit huis met al zijn meubels ingesteld op man, vrouw en kinderen, het heeft allemaal geen zin meer. Dit brede bed, het heeft geen zin meer. Hoe lang schijnt het niet geleden dat hij haar neerlegde op dit bed en zachtjes liefhad? 
(uit De reis naar Ispahan, 1961)

2020: Sharif Alaoui rookt de ene sigaret na de andere in de kleine studio waar hij zijn intrek heeft genomen na het beëindigen van een liefdesrelatie die negen jaar mocht duren. Hij leest over Pieter Hooft, een jonge Brugse architect, gediagnosticeerd met kanker, die net zijn vrouw en kinderen verloor in een auto-ongeluk. Hij realiseert zich dat het maar fictie is, dat hij zich niet moet wentelen in zelfmedelijden, dat het normaal is verdrietig te zijn, dat hij gevoelens projecteert op wat hij leest, maar dat de gedachtenloosheid van de slaap wel welkom zou zijn. 

De reis naar Ispahan (1961) – negende druk uit 1984 met een omslagontwerp van Patrick de Ridder

De reis naar Ispahan (1961) - negende druk uit 1984 met een omslagontwerp van Patrick de Ridder

Wat maakt dat men vergeten wordt? In het geval van Van Isacker is het geen gebrek aan nalatenschap, noch aan een onvervuld potentieel. Zou het aan de kwaliteit van zijn literaire werk liggen? Misschien was het te ontoegankelijk? 
Het leeuwendeel van Van Isackers oeuvre is sterk autobiografisch. Hoewel Van Isacker steeds netjes zijn personages voorzag van fictieve namen, was de grens tussen fictie en realiteit ongegeneerd dun. Kort door de bocht gesteld schreef Van Isacker twee ‘soorten’ romans: de intimistische familie-verhalen zoals Binnen in de open ruimte over de dood van zijn moeder of De bruidegom van mijn ziel, een zelfportret over zijn huwelijk vanuit het standpunt van zijn echtgenote; en zijn ‘kronieken’ (getuigenisproza) zoals zijn debuut De wereld verandert over de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse repressie of Averechts verloop, kroniek van een meedogenloze eeuw, een geschiedkundig overzicht van de politieke en maatschappelijke conflicten in de 20ste eeuw met zijn vader (onder een gefingeerde naam) als spilfiguur. 
De grens tussen beide soorten romans is zeker niet rigide: intimistische passages zitten vervlochten in de ‘kronieken’, en beschouwende, filosofische, maatschappelijke overpeinzingen zijn vervat in de ‘familiale’ romans.

Tussen 1948 en 1988 publiceerde hij negen romans, alle autobiografisch getint en in meer dan één opzicht in het verlengde van zijn juridisch werk te situeren. Hoofdthema is immers de pijnlijke existentiële speurtocht van individu en mensengroep om een chaotische wereld te ordenen, te duiden, om onrechtvaardige wanorde om te buigen naar morele orde, een speurtocht die zowel Van Isackers juridisch als literair werk kenmerkt.
(Marita de Sterck, Vlaanderen jrg 41, 1992)

Zoals het een man van zijn stand betaamt, is de schrijfstijl die Van Isacker hanteert elegant, helder en in de lijn der klassieken. Hij bezondigt zich af en toe aan een ‘barokkigheidje’ in taal en zinsbouw, maar een kniesoor die daarom maalt…

De folies van de vijftigers zijn niet aan hem besteed, een ‘funky’ ritmiek tekent zich niet af in zijn schrijfcadans en ondanks zijn van thuis uit meegegeven trots op de Vlaamse taal houdt het ‘volkse’ zich ver weg van zijn schrijven.

Van hem hebben de kranten geen vers afgedrukt, dat hij zieltogend schreef om God te helpen bij het leggen van de laatste hand aan een leven dat uitmuntend was. Zo heeft hij ons voorbeeldig getoond wat sterven is, het einde van de mens op deze wereld, waarover de Almachtige beschikt, en waarvoor hij geen hulp meer hoeft van het vrije stervend wezen. Mijn vader legde zich onbekommerd in Gods handen te rusten, reeds voor hij stierf. Zoals hij nederig leefde, heeft hij zich stil teruggetrokken bij het volbrengen van zijn laatste Wil. Alleen om te sterven heeft men zichzelf niet nodig.
(uit Posthume wandeling, 1957)

Frans van Isacker, 1966

Frans van Isacker, 1966 © Jos Polak & Letterenhuis

 

Qua structuur laten zijn intimistische romans zich kenmerken door een soort associatieve flashbacks, vervlochten door de ‘hoofdvertelling’. De ‘ik’-figuren ‘peinzen’ nogal graag en veel en laten zich in deze reminiscenties verleiden tot mijmeringen over het leven, de dood, moraliteit en de maatschappij.
Frans van Isacker onderscheidde zich niet van zijn tijdgenoten in zijn vorm of taalgevoeligheid, maar in zijn (hoofd)thematiek: ‘de rol van de menselijke vruchtbaarheid binnen gezin en groep’ (Marita de Sterck in Vlaanderen,  jaargang 41). Het woord ‘vruchtbaarheid’ ademt door zijn werk. De kracht van Van Isacker zit in zijn oprechtheid, zijn verlangen om ‘vruchtbaar’ te zijn als echtgenoot, als advocaat, als burger binnen de samenleving en als mens. Zijn filosofische en ethische beschouwingen (hoewel vaak conservatief en zeer bepaald door de tijd waarin hij leefde) tillen zijn intieme portretten van het huiselijk wel en wee naar een literair niveau, dat zelden zoetsappig wordt. De bruidegom van mijn ziel is een schoolvoorbeeld van Van Isackers core business, een roman over het harmonische huwelijksgeluk.

Inderdaad is niets zo moeilijk, dunkt mij, als een roman concipiëren, waarin niet de pijn, de tweedracht, het misverstand of enig ander menselijk en existentieel tekort, doch daarentegen zonder voorbehoud het geluk wordt uitgebeeld.
(Hubert Lampo, op de achterplat van de eerste druk van De bruidegom van mijn ziel, 1967)

Van Isacker is geen meester van de verbeelding, noch geeft hij toe aan modeverschijnselen. Hem intrigeert de dagdagelijkse realiteit die hij met gekomde handen omsluit om haar zachtjes in zijn woordenmal te gieten.

In de schemer van dit vertrouwde huis, in deze schijnbaar vreedzame nacht, besluipt mij voor het eerst het vreemd verlangen, niet wild en ontoerekenbaar, maar rustig en met zekerheid, dat mijn moeder spoedig sterven mag. Pijn en ellende zijn thans zonder doel voor haar. Haar bestemming tussen ons is al volbracht. Alleen de dood kan haar leven nog voltrekken.
(uit Binnen in de open ruimte, 1971)

Of

Ik richt me op. Mijn stramme knoken kraken en gemoedelijk zeg ik tot mijn vrouw, terwijl ik op haar gebogen rugje klop: kom mijn lieve oudje, we gaan naar bed…
(uit Posthume wandeling, 1957)

Wat maakt dat men vergeten wordt? Als het niet zijn nalatenschap, zijn karakter, de kwaliteit van zijn werk of de toegankelijkheid ervan was, wat is er dan met Van Isacker aan de hand? Deze brave ziel, met rechtgeaard moreel kompas? Deze rechtschapen vader, zonder een smet op zijn blazoen? Deze modelburger die nimmer aan zijn plicht verzaakte?

Hierin schuilt de valstrik der vergetelheid. Wat niet schuurt, wringt en verwondt laat geen littekens na. Het autobiografische aspect van zijn werk maakte hem toegankelijk, maar tegelijkertijd ook vergankelijk. Van Isacker trad noch als persoon, noch als auteur buiten de lijnen van het voor zichzelf toelaatbare.

En toch stond hij na zijn studies machteloos tegenover zijn vrijheid. Het was een brave jongen en daar lag hem juist de fout. Het ontbrak hem aan koppigheid; spoedig werd hij een grote zorg voor mij.
(aan zijn fictieve zoon, uit Posthume wandeling, 1957)

Brief van 14 april 1972, Frans van Isacker bedankt Hubert Lampo voor het opsturen van het pas verschenen boek 'De zwanen van Stonehenge'.

Brief van 14 april 1972, Frans van Isacker bedankt Hubert Lampo voor het opsturen van diens pas verschenen boek De zwanen van Stonehenge.

Zelfs wanneer Van Isacker in zijn meer maatschappelijke werken uithaalt naar de politiek, het verval van de goede zeden of de 'commerce', doet hij dit met een zeker decorum en een algemeenheid die schampt, maar nooit echt zijn doel treft.

Niet alleen gingen het politieke leven en de ambtenarij verloren; tegen het einde van de eeuw aan werd ook de magistratuur besmet door de alom heersende machtswellust, waarin de politieke partijen, de syndicaten en holdings betrokken raakten.
(uit Averechts verloop, 1988)

Van Isacker is een product van zijn omgeving. Van Isacker heeft zich nooit verzet tegen zijn opvoeding, zijn status, de cursus honorum die hem werd uitgestippeld. De vorm van zijn romans tracht eer te doen aan de klassieken, maar gaat niet op zoek naar experiment. Frans van Isacker is een Vlaams equivalent van Cato, ‘de remschoen op de helling’. The last true gentleman. Terwijl de vijftigers om hem heen razen, Claus de commercie der letteren ontdekt, Boon het grieven van de onderklasse zichtbaar maakt en Wolkers de golf van de seksuele revolutie berijdt, kiest Van Isacker voor het humanistisch-christelijk pad van intimistische romans met zachte hand aan het schrift toevertrouwd, geheel in overeenstemming met de gemoedsrust van zijn persoonlijke geweten. Op een vreemde wijze heeft Van Isacker gerebelleerd door zich te conformeren aan de eigen mores.

Van Isacker heeft het te goed gehad, misschien? Is miserie bij leven misschien een voorwaarde om herinnerd te worden? Dwepenswaardig te worden? Overleeft enkel pijn de tijd?
Aan de oppervlakte heeft Van Isacker een comfortabel bestaan geleefd, maar hij bleef niet gespaard van persoonlijke tragiek. In 1972 werd zijn echtgenote Ida Smeets op gruwelijke wijze uit het leven ontrukt door seriemoordenaar Staf van Eyken, ‘de vampier van Muizen’. De reis naar Ispahan (1956) leest bijna als een voorafschaduwing van zijn eigen lot. Net als het hoofdpersonage Pieter Hooft, wordt Van Isacker zijn grootste bron van levensvreugde ontnomen door een plotse speling van het lot. En toch heeft hij niet gefulmineerd in zijn schrijven, vloeide er geen verbitterde wraakcyclus uit zijn pen, exploiteerde hij op geen enkel moment zijn pijn voor gewin. Zijn werk na dit drama (Vijftig aan de wand, De keizer naakt,…) was uitgesproken maatschappelijker van insteek en minder familie-intiem.

Hij hamert erop dat de journalist ten dienste moet staan voor de samenleving, om kritisch en onafhankelijk te rapporteren over maatschappelijke ontwikkelingen. De journalist moet 'dienstbaar zijn voor de democratie'. Hij gaf toen, in 1985, de journalistiek de opdracht mee het 'bonum commune' steeds voor ogen te houden en 'afstand te doen van eigenbelang', om met 'Catatonische soberheid alleen nog de gezondmaking van de staat en ons aller welzijn na te streven'.
(Dirk Voorhoof in 2015 over Van Isackers afscheidscollege aan de UGent)

Frans van Isacker, 1966

Frans van Isacker, 1966 © Jos Polak & Letterenhuis

 

2020: Sharif Alaoui in een interview met De Standaard over zijn vijf levenslessen:

Het leven is niet wit en zwart, maar zit vol grijs. Dat zie je als je er maar lang genoeg naar staart. Daarom heb ik het moeilijk met die tweedeling in goed en kwaad. Verlangens hoeven niet passioneel of direct te zijn. Je kunt er ook naar verlangen om iemand niet te kwetsen. Zo heb ik ongelooflijk veel schuldbesef, en ik weet meestal niet waarom, wat frustrerend is voor de mensen rondom me én voor mezelf (lacht). Mijn verlangen om niemand voor de borst te stoten is gewoonlijk groter dan het verlangen om zelf gehoord te worden.

Wat maakt dat men vergeten wordt? Nalatenschap? Kwaliteit? Mediapersoonlijkheid? De afschaffing van een verplichte canon in de derde graad van het middelbare onderwijs? Impact? Zeitgeist?
Misschien is het allemaal veel simpeler. Misschien wilde Frans van Isacker helemaal niet herinnerd worden door velen. Misschien wilde hij stilletjes verdwijnen in de zomen van de tijd. Hij riep niet om gehoord te worden, maar liet zich overroepen. Misschien bewust. Om fluisterend onder nauwelijks verholen gefingeerde namen zijn bestaan te bewaren voor de onvermijdelijke eindigheid die ons allen te beurt valt.

Mij rest nu alleen in dit leven nog te sterven. Sinds vanavond wens ik het te doen in stilte en zoals hij, zonder vertoon. Thans wil ik niet meer zoeken in de toekomst, na mijn dood.
(uit Posthume wandeling, 1957)

+++

Bronnen

Archief Frans van Isacker

Bekijk hier wat we in het Letterenhuis bewaren van Frans van Isacker.

10x100
Schrijvers van nu over schrijvers van 1920
Tien hedendaagse auteurs schetsen een beeld van 10 schrijvers. Schrijvers die 100 jaar geleden werden geboren.10 x 100 is een reeks longreads over bekende of (onterecht) vergeten schrijvers uit de Letterenhuiscollectie.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief