capital-l
lower-h

Verre horizonten

01.10.06 - 31.12.06

Hoe gaan/gingen schrijvers om met grenzen tussen culturen, talen, volkeren, landen, mensen en hoe verruimt literatuur het blikveld?

Centrale vragen in de zoektocht waren hoe auteurs aankijken tegen hun nieuwe omgeving, of hun verblijf elders hun kijk op hun eigen achtergrond verandert en hoe het exil in hun literaire werk terug te vinden is.

5 auteurs in het verre of nabije buitenland

De expo zoomde in op een aantal auteurs die gedurende korte of langere tijd in verre of nabije buitenlanden verbleven. Willem Elsschot vereeuwigde zijn wedervaren in een Parijs familiepension in zijn eerste roman, Villa des Roses. Paul van Ostaijen schreef in Berlijn twee belangrijke dichtbundels, De Feesten van Angst en Pijn en Bezette Stad. Marnix Gijsen verzorgde niet alleen wekelijkse radiopraatjes als "de stem uit Amerika", hij begon in New York ook aan een carrière als romancier. Het verblijf van Jef Geeraerts in de Belgische kolonie Kongo leverde stof op voor een aantal ophefmakende romans, waaronder de Gangreen-reeks. De bijzondere band van Tom Lanoye met Zuid-Afrika kwam in de expo aan bod in een interview door David van Reybrouck.

Willem Elsschot / Parijs

Willem Elsschot (1882-1960) liet zich eind augustus 1906 in Antwerpen uitschrijven met bestemming Buenos Aires. Hij geraakte niet verder dan Parijs, waar hij zijn intrek nam in een familiepension. In december 1907 vertrok hij naar Rotterdam en ging aan de slag bij de Werf Gusto in Schiedam. Een van zijn collega’s daar, de oud-onderwijzeres Anna Christina van der Tak, drong er bij Elsschot op aan dat hij zijn grappige verhalen over zijn verblijf in het Parijse pension op papier zou zetten. Op 10 september 1910 voltooide Elsschot het handschrift van Villa des Roses. Elsschots jeugdvriend Ary Delen zou zich als een soort literair agent avant la lettre inzetten voor de publicatie en de promotie van Villa des Roses.

Paul van Ostaijen / Berlijn

Paul van Ostaijen (1896-1928) vluchtte eind oktober 1918 naar Berlijn om aan mogelijke vervolging wegens activisme te ontkomen. Terwijl hij in de Duitse hoofdstad woonde, bouwde hij er contacten uit met een aantal expressionistische kunstenaars. Hij maakte er momenten van persoonlijke crisis door, en zijn ideologische en literaire standpunten zouden er een grondige wijziging doormaken. Dat bleek bijvoorbeeld uit het in Berlijn geschreven De Feesten van Angst en Pijn, een bundel die een radicale breuk inhoudt met zijn vroegere, humanitair getinte poëzie. In een korte en intense periode in de zomer van 1920 schreef Van Ostaijen Bezette Stad. De vormgeving van de bundel gebeurde door Oscar Jespers in Antwerpen, waar het boek ook gedrukt zou worden. Door de fysieke afstand dreigde de uitgave een lange termijnproject te worden. Het boek verscheen in april 1921 en kort daarna kwam Van Ostaijen terug naar Antwerpen.

Marnix Gijsen / New York

Marnix Gijsen (1899-1984) vertrok in 1940 naar New York om de Belgische deelname aan de wereldtentoonstelling in goede banen te leiden. Op 10 mei 1940 viel Duitsland thuisland België binnen, waardoor een terugkeer problematisch werd. Gijsen zou in New York blijven tot in 1964. Na de Tweede Wereldoorlog verzorgde hij als ‘Stem uit Amerika’ een radiorubriek waarin hij vertelde over verschillende aspecten van het reilen en zeilen in de Verenigde Staten. Gijsen begon in New York ook aan zijn carrière als romancier. Zijn eersteling, Het boek van Joachim van Babylon, kon in Vlaanderen op een gemengd onthaal rekenen. Een aantal van zijn romans zijn gesitueerd in het Vlaanderen van zijn jeugd. Maar ook zijn Amerikaans verblijf kreeg een belangrijke plaats in zijn literaire productie, onder meer in de romans Goed en kwaad (1950), Harmágedon (1965) en Het paard Ugo (1968).

Jef Geeraerts / Kongo

Jef Geeraerts (°1930) volgde middelbare studies aan de Koloniale school en vertrok in 1954 als bestuursambtenaar naar het toenmalige Belgisch Kongo. Hij werd aangesteld als Assistent Gewestbeheerder voor het district Bumba. In 1959-60 voerde hij als reserveluitenant het bevel over een speciale compagnie in een opstandig gebied. Hij beschouwde Kongo als zijn ware moederland. Bij de onafhankelijkheid van de kolonie keerde hij terug naar België. Daar kon hij zich moeilijk aanpassen aan het burgerbestaan. Vol heimwee naar Kongo begon hij te schrijven. Zijn Afrikaanse avontuur vol ongebreidelde seks en geweld stelde Geeraerts in staat om in zijn romans, waaronder de bekende Gangreen-reeks, westerse (katholieke) waarden, normen en zekerheden in vraag te stellen.  Zijn semi-autobiografisch boeken schokten meermaals weldenkend Vlaanderen en Nederland.

Tom Lanoye / Zuid-Afrika

Tom Lanoye (°1958) maakte in april 1994 de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika mee. Deze ervaring versterkte de bijzondere relatie die Lanoye met het land heeft uitgebouwd. Zuid-Afrika werd het tweede thuisland van de auteur, die er elk jaar een aantal maanden doorbrengt. Behalve een mooi vakantieoord is het ook een werkplek voor Lanoye. Hij beschouwt Zuid-Afrika als een prikkelend, stimulerend en uitdagend land en zijn verblijf ter plaatse verandert zijn kijk op België en op kunst en literatuur. Lanoye neemt deel aan een aantal kunstevenementen in Zuid-Afrika en zijn roman Kartonnen dozen wordt in 1996 in het Afrikaans vertaald. Tegelijk introduceert hij hier in Vlaanderen een aantal Zuid-Afrikaanse auteurs.
Op verzoek van het Letterenhuis had auteur David van Reybrouck een uitgebreid gesprek met Tom Lanoye over diens relatie met Zuid-Afrika en de manier waarop zijn verblijf daar zijn werk beïnvloedt. Bart Sels (InBeeld) zorgde voor de opname en de montage.

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief