capital-l
lower-h

Karel van de Woestijne - 'Het vader-huis' (1903)

de literaire canon in het archief

Vele handschriften komen via een omweg terecht in het Letterenhuis en hebben vaak al een lange geschiedenis voor ze deel uitmaken van het archief. Dat is ook het geval met de handschriften van Het vader-huis, de melancholische, klankrijke dichtbundel van Karel van de Woestijne (1978-1929) uit 1903.

De verschillende manuscripten raakten al tijdens het leven van Van de Woestijne verspreid. Van de Woestijne schonk handschriften aan vrienden van hem, zoals de componist, recensent en dichter Lode Ontrop (1875-1941) en de Gentse dichter, uitgever en boekhandelaar Adolf Herckenrath (1879-1958). Via de erfgenamen van Ontrop en Herckenrath kwamen die manuscripten uiteindelijk in het Letterenhuis terecht.

Eerste pagina van het gedicht ‘Thanatos en de vreemdeling’, Karel van de Woestijne, ca. 1900

Eerste pagina van het gedicht 'Thanatos en de vreemdeling', ca. 1900

 

De handschriften bevatten sommige van de droevige verzen die de bundel befaamd maakten, bijvoorbeeld ‘Open de deur. Ik ben een vreemdling. Ik ben moe…’, uit het gedicht ‘Thanatos en de vreemdeling’ of ‘Ik draag u aan mijn hart, al ben ik járen-zwaar./ Voelt ge mijn adem als een vlamken op uw haar…?’ uit de dialoog ‘De moeder en de zoon’. Het zijn gedichten doordrongen van droefenis en levensmoeheid, met de prachtige klanken en natuurimpressies die de bundel kernmerken. 

Eerste pagina van het gedicht ‘De moeder en de zoon’, Karel van de Woestijne, ca. 1901

Eerste pagina van het gedicht 'De moeder en de zoon', ca. 1901

 

In het archief van Van de Woestijne in het Letterenhuis zit nog veel meer moois. Enkele hoogtepunten zijn de handschriften en drukproeven van De leemen torens uit 1928, de brievenroman die Van de Woestijne samen met Herman Teirlinck schreef, en het manuscript van zijn prozadebuut, Laethemsche brieven over de lente uit 1901. Via het archief van Adolf Herckenrath aan wie deze Brieven zijn gericht, verwierf het Letterenhuis het originele handschrift in 2018. 

Vijf handschriften van Karel van de Woestijne uit de collectie Baestaens

Vijf handschriften van Karel van de Woestijne uit de collectie Baestaens

 

De verschillende briefwisselingen in het archief geven ook een inkijkje in het professionele leven van Van de Woestijne – hij was ook een goede journalist – en ook in zijn privéleven. De brieven aan zijn goede vrienden Lode Ontrop en Emmanuel de Bom (1868-1953) handelen over de meest diverse onderwerpen. Soms zijn ze luchtig van toon, soms bloedernstig. Zowel Van de Woestijnes huwelijksleven als zijn werkzaamheden voor het tijdschrift Van Nu en Straks komen aan bod.

Eerste pagina van het gedicht ‘De stieren-dief’, Karel van de Woestijne

Eerste pagina van het gedicht 'De stieren-dief'

 

Via de collectie Baestaens konden vijf ingebonden handschriften een tijdje geleden aan de collectie worden toegevoegd. Het gaat onder meer om verschillende versies van gedichten uit de bundel Het zatte hart en de gedichten ‘Hebe’, ‘Eros en Anteros’, ‘De stieren-dief’ en ‘Adonis’. Zo is de handschriftencollectie van Karel van de Woestijne in het Letterenhuis vrijwel compleet. 

 

Meer lezen?
literairecanon.be/nl/werken/het-vader-huis

Meld je aan voor onze nieuwsbrief