capital-l
lower-h

De zwarte kost

Met 'De zwarte kost' plaatste Cyriel Buysse al aan het einde van de 19e eeuw een kritische noot bij de kolonisatie van Congo.

Korte samenvatting

De zwarte kost vertelt het verhaal van Fortuné Massijn. Massijn is een ietwat excentriek figuur uit de fictieve gemeente Akspoele. Hij is de klerk (= assistent) van notaris/gemeentesecretaris Potvlieghe en begeeft zich graag onder de notabelen van het dorp. Wanneer hij twee Congolese prinsen meebrengt, breken er rellen uit in het dorp. Massijn beslist om zelf naar Congo te reizen, waar  het gedrag van de Europeanen hem verontwaardigt.

We selecteerden enkele interessante fragmenten, waaruit blijkt dat Buysse het beschavingsideaal ter discussie stelt. Je kan deze klassikaal bespreken of laat je leerlingen zelf de citaten bestuderen en achterhalen wat het standpunt van Buysse was.

Interessante fragmenten

fragment 1 volledige klein
Fragment 1: Fortuné Massijn en zijn twee onbekende gasten komen aan in Akspoele. 

lijn

fragment 2 volledige pagina klein
Fragment 2: De inwoners van Akspoele zien voor de eerste keer in hun leven twee Congolezen. Hun reactie roept vragen op rond de Europese ‘beschaving’. 

lijn

fragment 3
Fragment 3: In een brief aan zijn oud-onderwijzer beschrijft Massijn de wandaden van de Europeanen in Congo.

lijn

Ook lezen

Cover 'Zwarte Bladzijden'
Belgisch- Rwandese politiek wetenschapper Olivia Umurerwa Rutazibwa leest 'De zwarte kost" van Cyriel Buysse.

lijn

Vragen bij de fragmenten

Mogelijke vragen bij De zwarte kost
Mogelijke vragen bij de fragmenten (PDF) > 

Achtergrondinformatie

Buysse schreef deze roman in 1898, veertien jaar na het ontstaan van Congo-Vrijstaat (1884-1908). Congo was op dat moment nog de privékolonie van koning Leopold II. Congo en België waren twee aparte staten met dezelfde vorst. Maar de manier waarop Leopold II regeerde in beide landen was natuurlijk heel verschillend: in België was hij een constitutioneel vorst, en werd zijn positie en macht vastgelegd en beperkt door de grondwet. In Congo regeerde hij als absoluut vorst en had hij dus ongelimiteerde macht. Ondanks dat Congo dus nog geen kolonie van de Belgische Staat was, werkten er wel al Belgen in de kolonie.

Tijdens de eerste jaren van kolonisatie was Congo vrijstaat niet winstgevend voor Leopold II, maar met de uitvinding van de rubberband en de bloei van de auto-industrie veranderde dit. Er was namelijk veel rubber aanwezig in Congo. De Congolezen waren verplicht grote hoeveelheden rubber te oogsten. Het koloniale leger, de Force Publique, voerde een schrikbewind om te zorgen dat de quota gehaald werden. Het is moeilijk in te schatten hoeveel doden er vielen tijdens het bewind van Leopold II omdat er geen volkstellingen zijn van voor de koloniale periode. De schattingen lopen van 2 tot 10 miljoen. In 1908 moet Leopold II omwille van de vele kritiek op zijn bewind de kolonie overdragen aan de Belgische staat.

De eerste kritieken op de wantoestanden in Congo hadden Europa en België reeds bereikt toen Buysse zijn roman schreef. Of hij deze gelezen heeft kunnen we niet achterhalen. Buysse richt zijn kritiek echter niet specifiek op de kolonisatie van Congo, maar op kolonisatie in het algemeen. Hij trekt het beschavingsideaal, dat steeds als argument voor kolonisatie gebruikt wordt, in twijfel. Buysse schept een beeld van de mens die onder een beschaafd vernislaagje eigenlijk steeds onbeschaafd en wild is, onafhankelijk van herkomst.

Wie was Cyriel Buysse?

Cyriel Buysse werd in 1859 geboren in een welgesteld gezin. Zijn vader had een chicoreifabriek in Gent en hoopte dat Buysse later mee in de zaak zou stappen. Zo maakte Buysse in 1886 een reis naar New York om de mogelijkheden daar een nieuwe fabriek op te richten te onderzoeken. De reis was echter niet succesvol. Onder invloed van zijn tantes, de schrijfster Virginie en Rosalie Loveling, richt Buysse zich op een carrière in de letteren.

Cyriel Buysse

Buysse wordt beschouwd als een van de grootste naturalistische en realistische schrijvers in Vlaanderen, al bevat zijn werk ook vaak een ironische ondertoon. Realisme en naturalisme in de literatuur handelen over alledaagse, sombere thema’s. De hoofdpersonages zijn vaak van eenvoudige komaf en de maatschappelijk strijd die zij leveren staat centraal. Het sombere en de ontgoocheling zijn ook duidelijk aanwezig in de roman De zwarte kost, waarin Buysse het beschavingsideaal als argument voor kolonisatie ontkracht.

Lees hier de hele roman >

Meld je aan voor onze nieuwsbrief