Overslaan en naar de inhoud gaan

Archief van Hubert Lampo ontsloten

De inventarisering van het omvangrijke archief van de Vlaamse schrijver Hubert Lampo (1920-2006) is compleet. Het gaat om  127 archiefdozen, samen goed voor veertien strekkende meter.

De manier waarop dit uitgebreide archief wordt beschreven is nieuw in die zin dat specifieke correspondentie, recensies, uitgeversfolders, affiches, uitnodigingen voor boekpresentaties enz. telkens bij het handschrift van het boek zijn gevoegd waarop ze betrekking hebben.

Dezelfde logica hanteerden de archivarissen bij het in kaart brengen van het materiaal over bewerkingen – vertalingen en verfilmingen – en dat over de ‘nevenactiviteiten’ van de schrijver, zoals zijn zeer talrijke lezingen en toespraken.

Verwerving

Lampo deponeerde bij leven de handschriften van zijn romans en verhalen in het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, het huidige Letterenhuis. Dat deed hij in de jaren zestig ook met het archief van het Nieuw Vlaams Tijdschrift van 1945 tot 1965, de periode dat hij redactiesecretaris was.

Maar al het overige – handschriften van verhalen, artikels, lezingen, toespraken, al dan niet autobiografische notities, privé- en zakelijke briefwisseling (waaronder contracten en afrekeningen), knipselmappen en documentatie allerhande – bewaarde de schrijver tot aan zijn dood op de zolder van zijn woning in Grobbendonk.

Hubert Lampo thuis in Grobbendonk, ca. 1970.   

Hubert Lampo thuis in Grobbendonk, ca. 1970.  

Correspondentie

De collectie brieven vult twintig archiefdozen – meer dan twee strekkende meter. Ze loopt van de bezettingstijd tot kort voor Lampo’s overlijden. Doordat de auteur niet altijd kopieën van zijn eigen epistels maakte – al zijn er toch heel wat bewaard – gaat het vooral om brieven aan de schrijver.

Tot de meer volledige correspondenties behoren die met auteurs Piet van Aken, Johan Daisne en Marnix Gijsen. Maar ook schrijvers briefwisseling met minder bekende figuren is interessant, vooral omdat ze in sommige gevallen erg persoonlijk is.

De brieven die Lampo en Van Aken wisselden in de oorlog gaan over hun literaire werk en hun plannen om na de bezetting een jongerentijdschrift op te richten. Ze hebben het ook uitvoerig over hun resp. introductie bij de uitgeverij Manteau.

Elders in het archief vindt men informatie over de lezingen die de schrijver toen al gaf in Brussel, Gent en op andere plaatsen, voornamelijk bij jeugdorganisaties van het Willemsfonds.

Van de tijdschriftplannen kwam niets in huis, maar Lampo werd na de oorlog redactiesecretaris van het Nieuw Vlaams Tijdschrift en van het socialistische weekblad Parool; daarnaast verzorgde hij de kunstpagina van de krant Volksgazet.

Hij rekruteerde niet alleen zijn vriend Van Aken, maar ook een schare andere medewerkers, waarvan velen – zoals zijzelf – betrokken waren bij het Gentse culturele tijdschrift De Faun, opgericht door de atheneumprefect en dichter Paul Rogghé en de romancier Pliet van Lishout.

Het archief-Lampo biedt alzo een unieke kijk op het netwerk van jonge en linkse Vlaamse intellectuelen die in de nadagen van de Bevrijding aan het woord kwamen in de literatuur en in de pers.

Lampo’s briefwisseling uit de jaren vijftig belicht zijn ietwat pijnlijke scheiding van het uitgevershuis Manteau, dat hij inruilde voor de Nederlandse uitgeverij A.A.M. Stols, die tenslotte werd overgenomen door Meulenhoff.

Ook met die laatste firma was er een uitgebreide correspondentie tot na het jaar 2000. Ze omvat brieven van o.a. Laurens van Krevelen, Maarten Asscher en Annette Portegies.

Ondanks het feit dat Lampo niet veel krediet genoot bij de generatie schrijvers die in de jaren zestig aan het woord kwamen, bevat het archief ook brieven van Julien Weverbergh, Paul de Wispelaere, Jeroen Brouwers en Walter van den Broeck. Van die laatste was de auteur overigens een vurig pleitbezorger. 

Hubert Lampo in Carnac in Bretagne, 1976.

In Carnac in Bretagne, 1976.

Joachim Stiller

Een archief bestaat natuurlijk vaak voor 99 procent uit ‘unieke’ stukken. Tot de bijzonderste behoort het originele handschrift van het scenario voor de verfilming van De komst van Joachim Stiller.

Het script is met de hand geschreven, in groene inkt en in… het Frans. Het gaat om het allerlaatste scenario van de bekende Franse scenarist Jean Ferry (1905-1974) (Quai des Orfèvres, 1947…) die vaker samenwerkte met regisseur Harry Kümel.

Verder bezat Lampo ook een manuscriptje van Hugo Claus, bestemd voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift, waarin hij zelf ter sprake komt.

Hubert Lampo bij het Vleeshuis

Bij het Vleeshuis in Antwerpen, ca. 1980.

Groot netwerk

Weinig schrijversarchieven bieden een zo brede kijk op het naoorlogse culturele leven in Vlaanderen, ook al omdat de auteur beeldend kunstenaars en theatermakers onder zijn vrienden telde. Opvallend is ook dat hij in een tijd van verzuiling hartelijke betrekkingen onderhield met correspondenten uit het ‘andere’, te weten katholieke kamp.

Bovendien biedt het ook inzicht in Lampo’s onderbelichte rol als vertaler (van toneelstukken en hoorspelen, maar ook van romans van Françoise Sagan en Malpertuis van de Frans schrijvende Gentenaar Jean Ray).

De auteur schreef overigens zelf ook enkele luisterspelen, waaronder Het zwarte sterrenbeeld. Hierin voert hij als eerste Nederlandstalige romancier de Franse maarschalk Gilles de Rais ten tonele die veel later ook Michel Tournier en Hugo Claus zou inspireren. Lampo werkte Het zwarte sterrenbeeld later uit tot de vaak herdrukte roman De duivel en de maagd.

Hubert Lampo met Jelica Novakowicz 1993

Hubert Lampo met vertaalster Jelica Novaković-Lopušina, ca.1993. 

Meld je aan voor de nieuwsbrief